Na het ontbijt van maandag 2 juni werk ik eerst mijn logboek over zondag bij. De zaterdag hebben jullie nog te goed. Ik kijk ook even naar mijn en zie dat ik wat boeken in leiden moest inleveren. Gelukkig kan ik ze vanuit Lethbridge verlengen. Jelle attendeert mij op een interview met de clavicinist Gustav Leonhardt in het Reformatorisch Dagblad. Hartelijk dank daarvoor; ik wil het later lezen.
Daarna vertrokken we in zuidelijke richting naar Cardston. Dit dorp ligt dicht bij de Amerikaanse grens en er wonen veel mormonene. Ze hebben er ook een tempel. We bezoeken in Cardston het Remington Carriage Museum. Dit heet 'the best indoor attraction in Canada'. Het wordt waargemaakt. Er zijn alle mogelijke soorten koetsen anwezig; meestal gerestaureerd, soms ook reconstructies. We krijgen een goede indruk van de grote rol die het vervoer over de weg in de loop van de tijden speelde in het zich ontwikkelende continent Amerika. Omstreeks 1900 waren hier circa 40.000 bedrijven die zich met de bouw van van deze voertuigen bezighielden. In die periode werd het ook een industrieel proces met allerlei gespecialiseerde bedrijven. Niet lang daarna ging de auto geleidelijk de plaats van de koets innemen. De afzet bleef hierdoor voor deze bedrijven verzekerd. In het museum was ook een restauratie-afdeling, die veel werk verrichtte voor klanten en zo voor inkomsten zorgt. Een van de medewerkers gaf ons uitleg over het werken en we bekeken enige lopende projecten. Er werken voornamelijk oudere vakrotten. Bekijk het zelf.
In de middag reden we door een Indiaans gebied naar het noorden. Via MacLeod kwamen we bij'Head-Smashed-In Buffalo Jump.' Dit is een mondvol. In dat gebied woonde een stam die op bisons jaagden. Ze worden hier buffalos genoemd. Zie hierover in Wikipedia. De indianen deden dit door een groep van deze geweldige dieren op te jagen naar een plaats waar de zandstenen rots steil naar beneden ging. Ze storten dan van de steilte af en waren daarna een gemakkelijk prooi van de jagers. Jonge krijgers die dit voor het eerst meemaakten dronken dan met het bloed de krachten van deze sterke prairiebewoners in. Ze werden daarom de ,blood tribe' genoemd. Deskundigen nemen aan dat ze dit enige duizenden jaren hebben gedaan. Een indiaanse gids vertelde me dat de laatste jacht omstreeks 1850 plaatsvond.
Deze bijzondere plaats staat op de wereld erfgoedlijst van Unesco. We bezochten het schitterende museum, wandelde op de rand van het zandstenen plateau en genoten van het prachtige uitzicht. In het museum is het resultaat van veel wetenschappelijk onderzoek op een zeer toegankelijke manier tentoongesteld. Sinds 1987 zijn hier al meer dan 2.000.000 bezoekers uit de gehele wereld geweest. Wij waren hier ook bij. Bekijk de website voor een eerste indruk.
maandag 2 juni 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen