Vrijdag 13 juni begon met een bewolkte lucht. Joyce is vandaag jarig en werd 69 jaar. Een mooie taart met een mooi opschrift accentueert dit. Rond tien uur arriveerden Harry en Ann met hun bekende Motorhome. De rest van de dag brengen we met hen door. We beginnen met een uitgebreid historisch deel in Langley. Het is een oude vestigingsplaats van het Britse gezag, maar dat waren de veroveraars. De oorspronkelijke indiaanse bevolking bestond uit de Stó:lō en dat betekent zoveel als 'riviermensen'. We beginnen met een bezoek aan het Langley Centennial Museum. Het is heel aardig ingericht. Het opent met pijlpunten en dergelijke artefacten van de oorspronkelijke indiaanse bevolking die tegenwoordig wordt aangeduid als 'First nation.' Van meer recente datum, 1e helft van de twintigste eeuw, is het indiaanse vlechtwerk met vezels van de gespleten wortels van de cederboom. Er staat een ronde, eenvoudig versierde basket die zo strak is gevlochten dat het water er niet uitloopt.
Na dit begin wordt de aandacht vooral gevestigd op 'the Second nation.' Simon Fraser (1776-1863), de naamgever van de Fraser River speelde een belangrijke rol in dit gebied dat halverwege de negentiende eeuw door de goudkoorts werd aangestoken. Uit 1858 dateert Handbook and map of the gold region van Alexander C. Anderson. Er zijn ook aardige replica's van lange jurken uit de negentiende eeuw die werden vervaardigd ter gelegenheid van het eeuwfeest van British Comubia in 1958.`Er zijn toen ook prachtige poppen gemaakt van lokaal bekende historische figuren. J. Morrison was een van hen. Hij overleed in 1963 als 102-jarige.
Een andere zaal toont meer van het 'echte leven' uit de jaren 1920-1930, zoals het omhakken van woudreuzen. een smitse, een huiskamer etc. Er was ook mooi werk van indiaanse kunstenaars. Aantrekkelijk waren de tekeningen van de Duitse tekenaar Rudolf Dangelmaier die nog net op tijd de oudste gebouwen van dat gebied vastlegde.
Naast het Centennial ligt het B.C. Farm Machinery & Agricultural Museum. Het bevat een omvangrijke collectie landbouwwerktuigen, apparaten en rariora, vooral uit de twintigste eeuw. Naast de voor de handliggende tractoren en dorsmachines, ontbraken de oudere in de landbouw gebruikte stoommachines niet. Een mooie en indrukkende illustratie van de snelle ontwikkelingen, maar teveel om het allemaal precies te bekijken. Neef Harry was met al zijn technische inzichten een perfecte gids om ons hierdoor te loodsen. Bekijk het ook zelf op een afstand. Na twee musea genoten we in de Motorhome van de keukenkunsten van Ann: selderijsoep, broodjes gezond en natuurlijk coockies.
Na de maaltijd wandelen we naar Fort Langley. Hier werd geschiedenis geschreven. De vesrtiging van het Fort in 1827 heeft alles te maken met de Canadees-Amerikaanse grens op de 59ste breedtegraad in 1818. Om de grens op die plaats vast te houden kon een fort niet worden gemist. In 1839 werd het verplaatst naar de huidige lokatie en daar functioneerde het tot 1896. Op 19 november 1858 proclameerde Govenor James Douglas in het Fort de nieuwe kolonie Britisch Columbia. Het Fort had niet alleen een functie voor regering en militie, maar was ook een van de handelsposten van de Hudson Bay Compagny. Er werden hier heel wat bevervellen verhandeld. Na de sluiting raakte het Fort in verval en na verloop van tijd was er slechts één gebouw over. De reconstructie van het Fort werd bevorderd door de viering van het eeuwfeest van BC in 1958. Behalve een modern ingangsgebouw, vinden we hier binnen de pallissaden een theater, enige pakhuizen, een smitse, een kuiperij, het huis van de gouverneur en een gebouw dat als woning diende voor het personeel.
Aardig is dat er 'levende geschiedenis' wordt opgevoerd. Studenten in negentiende eeuwse kledij spelen een rol bij ontvangst en uitleg van de Fortgeschiedenis. In het theater bekeken we eerst de film over de geschiedenis van het Fort. In de smederij was een echte smid aanwezig. Jan mocht het resultaat van zijn smidskunsten meenemen en kreeg daarbij de groeten voor Nederland. Achteraf ontdekte ik dat deze man het al jaren doet. Zie een verslag uit 2004. Leuk was de kuiperij. Jan liet zich de gelegenheid niet ontnemen om aan een duig te schaven. Voor een ogenblik voelde hij zich opa Jan Huisman (1863-1943) die ook kuiper was geweest.
woensdag 18 juni 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten